
Snaren en holografie (14): Verstrengelingsentropie
In de afgelopen twee artikelen in dit dossier hebben we twee toepassingen van het holografisch principe besproken. In beide gevallen ging het om toepassingen die uiteindelijk iets zeggen over waarnemingen en experimenten: in het ene geval leert holografie ons iets over het quark-gluonplasma dat het vroege heelal vulde; in het andere geval leert het ons iets over een bepaalde klasse van zwarte gaten. Vandaag en in het artikel van volgende week komen we een toepassing tegen die meer in de oorspronkelijke lijn van het holografisch principe ligt: een toepassing waarbij de ene theorie ons iets vertelt over de andere. Om die toepassing te kunnen begrijpen, moeten we eerst weten wat natuurkundigen verstaan onder ‘verstrengelingsentropie’. Dat begrip is daarom het onderwerp van vandaag.